Islam en de Nazi-oorlog in Duitsland 2

content vertaling in wording. Toestemming auteur.

 

 

  • Tijdens het interbellum bleef islam op de agenda staan van de Duitse overheidsfunctionarissen. Op datzelfde moment publiceerde Duitse beleidsdeskundigen een scala aan artikelen en boeken over de rol van de Islam in wereldzaken, vooral in de jaren 1930, waardoor een discours ontstond dat de oorlogsjaren van 1939-1945 zou doorlopen.
  • Het belangrijkste middelpunt van deze debatten werd het Instituut voor Geopolitiek van Karl Ernst Haushofer in München, waar geleerden discussieerden over de toekomstige rol van de islam in de wereldpolitiek. De publicatie daarvan, het Zeitschrift für Geopolitik (Tijdschrift voor Geopolitiek), drukte geregeld artikelen over het kalifaat vraagstuk, Europees overheidsbeleid ten aanzien van islam en de opkomst van het panislamisme. Inderdaad namen de experts van het instituut  religie als een macht in wereldzaken zeer serieus en spraken van “religieuze geopolitiek” ( Religies-Geopolitiek). Zelf had Haushofer grote interesse in de Moslimwereld en had over het algemeen een zwakte voor “pan” ideeën, of ze nu pan-Azië, pan-Europees of pan-Islam waren.
  • Een terugkerend onderwerp in de debatten over islam was, na de afschaffing van het kalifaat,  het ontbreken aan een politiek en religieus centrum. In november 1938 besprak een schrijver in het Zeitschrift für Geoplolitik (Tijdschrift voor Geopolitiek), Hans Rabl, het instituut van het kalifaat in geopolitieke zin. Aangezien de Eerste Wereldoorlog had bewezen dat de macht van het kalifaat was overschat, zou de afschaffing ervan weinig invloed hebben op de politieke betekenis van de islam. Echter zelfs zonder een centrum zou de, zoals de auteur het uitdrukte ‘macht van islam’, een sterke politieke macht blijven. De Koran en de sharia vertegenwoordigen absolute instellingen en de imams en oelama zouden hun invloed blijven uitoefenen over de wereld. Terwijl hij de consequenties besprak die dit voor de Europese mogendheden had, verzekerde Rabl zijn lezers van een politieke tegenstelling tussen de islam en de Franse en Britse rijken, terwijl hij Mussolini’s “buitengewoon intelligente en sympathieke houding” tegenover het moslimgeloof prees en uitlegde dat  II Duce “in brede islamitische kringen” gezien werd als de “beschermheer van de islam”. Twee maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, gaf de politicoloog Hans Lindemann een uitgebreid overzicht van de geopolitiek van de islam. In zijn artikel “Islam in Opkomst en Aanval”, betoogde hij dat de islam een sterke band tussen continenten vormde en als een eminente politieke macht in wereldzaken moest worden beschouwd.
  • Beelden van de islam als politiek passief, lethargisch en afhankelijk waren onjuist en werden meestal gepropageerd door christelijke missionarissen. Lindemann onderzocht Islamitische bewegingen over de hele wereld en de gevolgen voor de Europese mogendheden. Hij refereerde ook naar het vriendschapsbeleid van Japan en Italië met de Islam, welke hij interpreteerde als efficiënte instrumenten om het Franse en Britse Rijk te ondermijnen.