Volkskrant voerde veroordeelde terrorist op als ‘extreem-rechts deskundige.’ Het bewijs.

De Nieuwe Realist

Joost Niemoller

http://joostniemoller.nl/2017/06/volkskrant-voerde-veroordeelde-terrorist-op-als-extreem-rechts-deskundige-bewijs/

Die man van de Anne Frank Stichting die voor of namens 5 mei commité ( die o. a. Pegidademo in Utrecht ( heb foto) bezocht om te monitoren naar racisme en extremisme en  onderzoeken uitvoert voor de overheid) zei dat Thierry Baudet  extreem rechtse contacten had en dus niet deugde ( volkskrant, zie link in artikel) . Maar meneertje iz zelf een links extremist en ooit veroordeeld geweest.

Advertenties

Joods verzet tegen de nazi’s

Nationale Dodenherdenking


Tijdens de Nationale Dodenherdenking herdenken we de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies nadien.

Lokaal herdenken


Op 4 mei vindt in bijna elke gemeente een herdenking plaats in het kader van de Nationale Dodenherdenking. Ook op andere dagen wordt herdacht.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hier en nu een aantal verhalen van Joods Verzet in Nederland.

 

In zijn boek The Holocaust: The Jewish Tragedy noemt Martin Gilbert de volgende soorten verzet:

“In elk getto, deportatietrein, werkkamp, zelfs vernietigingskamp, was de wil tot verzet sterk en nam vele vormen aan. Vechten met de wapens die te vinden waren, individuele daden van protest, de moed om voedsel en water te vinden onder bedreiging met de dood, de meerderwaardigheid om de Duitsers hun verlustiging over paniek en wanhoop te onthouden

[1]

Deze zienswijze wordt gedeeld door Yehuda Bauer die schreef dat het verzet tegen de nazi’s niet alleen fysiek was maar elke activiteit die het Joodse volk waardig- en menselijkheid gaf onder de meest vernederende en onmenselijke omstandigheden. Bauer bestrijdt de wijdverbreide opvatting dat de meeste Joden passief hun dood tegemoet gingen. Hij betoogt dat gegeven de levensomstandigheden van de Joden in Oost-Europa het juist verrassend is hoeveel verzet er geboden werd.

Nederland

In Nederland was de communistische partij de enige bestaande groep die snel in verzet kwam. De eerste twee jaar vormde zij veruit de grootste verzetsgroep. Een grote verzetsdaad was de organisatie van de Februaristaking in 1941, waaraan vele Joden deelnamen, als protest tegen anti-Joodse maatregelen.

Binnen de ondergrondse communistische partij werd de verzetsgroep de Nederlandse Volksmilitie onder leiding van de Joodse Sally (Samuel) Dormits, die guerrilla-ervaring had opgedaan in Brazilië en de Spaanse Burgeroorlog. Deze groep ontstond in Den Haag maar werkte later vooral vanuit Rotterdam en telde ongeveer 200 voornamelijk Joodse deelnemers. Ze voerden verscheidene bomaanvallen uit op Duitse treinen met troepen en staken bioscopen in brand, die verboden waren voor Joden. Sally Dormits werd op 17 oktober 1942 gepakt toen hij in een winkel een handtas van een vrouw stal om aan een identiteitsbewijs te komen voor zijn Joodse vriendin, die ook in het verzet zat. Dormits schoot zichzelf op het politiebureau door het hoofd. Uit een kassabon leidde de politie zijn schuilplaats af waar bommen, brandstof, illegale kranten, verslagen van verzetsacties en een lijst deelnemers gevonden werden. De Gestapo werd onmiddellijk ingeschakeld en tweehonderd mensen werden gearresteerd. In de maanden daarna werden nog vele communistische verzetsstrijders in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam opgepakt. De Nederlandse politie nam deel aan de marteling van de Joodse communisten. Na een proces werden er 20 doodgeschoten, de overigen kwamen om in concentratiekampen of werden vergast in Auschwitz. Maar enkelen overleefden. Het oorlogsgraf van Dormits is kortgeleden door de gemeente Rotterdam geruimd

Hieronder een aantal Nederlands Joden in verzet:

Frieda Belinfante

Oorlogsjaren

Reeds in 1941 was Belinfante actief in het verzet tegen de Duitse overheersing. Zij was lid van Groep 2000 en werkte van begin af aan voor de Persoonsbewijzen Centrale. Daar hield zij zich bezig met onder meer het vervalsen van persoonsbewijzen en het ondersteunen van onderduikers, waarbij ze zich soms vermomde als man. Met Willem Arondeus, Gerrit van der Veen, Willem Sandberg en anderen bereidde ze de aanslag op het Amsterdams Bevolkingsregister op 27 maart 1943 voor. Toen diverse leden van haar verzetsgroep kort na de aanslag werden opgepakt, dook Belinfante onder. Later in 1943 wist ze na een moeizame tocht naar Zwitserland te ontkomen, waar ze in een vluchtelingenkamp in de omgeving van Lausanne verbleef. Ze startte onder de vluchtelingen een koor en kon zich later op voorspraak van Hermann Scherchen vestigen in Winterthur.

Sally Dormits

Vonkgroep

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Dormits meteen na de Nederlandse capitulatie actief in het verzet. Hij ging deel uitmaken van de communistische De Vonk-groep in Den Haag. Vanuit de landelijke leiding van de CPN was de richtlijn uitgevaardigd dat er voorlopig geen gewapend verzet zou worden gepleegd. In Den Haag trok men zich niet veel van die richtlijn aan en werd een militante kleine verzetsgroep binnen de veel grotere Haagse communistische verzetsgroep gevormd. Tot de militante groep behoorden behalve Dormits onder anderen ook Gerrit Kastein en Tjerk Kloostra.

Nederlandse Volksmilitie

Dormits wilde grootschaliger gewapend verzet en begon al in de loop van 1940 met het oprichten van een groep die hij de Nederlandse Volksmilitie (NVM) noemde. In februari 1942 scheidde hij van zijn vrouw en ging in Rotterdam wonen. Toen kwam er pas vaart in de NVM, vooral doordat hij met Cornelis van der Kraats ging samenwerken.[2] In de zomer van 1942 pleegde de groep een bomaanslag op een trein met Duitse verlofgangers. De aanslag mislukte doordat een passende spoorwegbeambte de draad aanraakte waardoor de ontsteking afging; de beambte kwam om het leven. Als de aanslag gelukt was, waren er onder de Duitsers veel slachtoffers gevallen. Als represaille fusilleerden de Duitsers vijf gijzelaars. Ook werd door de groep twee keer een poging gedaan het Luxor theater in brand te steken, die beide mislukten.

Op 17 oktober stal Dormits een handtasje dat een vrouw bij de bakker vergeten was. Het was hem om de bonnen en het persoonsbewijs te doen. Omdat hij ondergedoken was, had hij bonnen nodig en voor zijn nieuwe vriendin had hij een vals persoonsbewijs nodig. De vrouw ontdekte thuis dat ze haar tas vergeten was, keerde terug en herkende Dormits vanuit de winkel. Ze sprak hem aan en vroeg wat hij in zijn uitpuilende aktetas had. Dormits zei: “niks”, wat ongeloofwaardig was. Zij rukte de aktetas uit zijn handen en ontdekte haar handtas. Een voorbijganger hield Dormits vast tot een hulpagent arriveerde, die nam Dormits mee naar het bureau Oostervantstraat. Na enige tijd wilde de politie Dormits fouilleren. Daarop trok Dormits een pistool en schoot zichzelf door het hoofd. Hij was bewusteloos, werd naar het ziekenhuis aan de Coolsingel gebracht, waar hij overleed.

Paul de Groot

Tweede Wereldoorlog

Na de Duitse inval in mei 1940 meende De Groot aanvankelijk dat, op grond van het Hitler-Stalin-pact, een terughoudende opstelling tegenover de Duitse bezetter geboden was. In het Volksdagblad schreef hij dat het Engelse imperialisme en de Nederlandse bourgeoisie de bezetting hadden uitgelokt.

Het voorkwam niet dat de CPN en haar organen door de Duitsers werden verboden. In november 1940 kwam het eerste nummer uit van een nieuwe, illegale partijkrant, De Waarheid. De Groot richtte daarin zijn pijlen op de Duitse agressor, maar bleef ook het “Anglo-Amerikaanse imperialisme”, de regering in Londen en de SDAP bestrijden. Pas met de Duitse aanval op de Sovjet-Unie (juni 1941) veranderde hij van koers. Overigens was het niet De Groot, zoals de partijlegende het later voorstelde, maar medebestuurslid Jansen die aan de vooravond van de Februaristaking van 1941 het befaamde manifest ‘Staakt, staakt, staakt’ schreef. De CPN heeft deze staking altijd als hoogtepunt van het communistisch verzet tegen de nazi’s in Nederland beschouwd.

In oktober 1942 deden de Duitsers een inval in het huis waar De Groot met zijn gezin zat ondergedoken. De Groot wist door de achterdeur te ontkomen, maar vrouw en dochter werden afgevoerd naar Auschwitz en daar vergast. Het bezorgde hem een schuldgevoel waarvan hij zijn hele verdere leven last heeft gehad. In februari 1943 wist hij opnieuw op het nippertje aan arrestatie door de Duitsers te ontkomen. Daarna droeg hij de partijleiding over aan anderen (onder wie Jaap Brandenburg) en verbrak alle contacten met de illegale partij.

 

Joachim Simon, alias Schuschu

Eleazar Blei Weissmann

Paul Herman Cohen de Boer

Gustav Johan Sanders

Johanna Vis

 

Andere artikelen over dodenherdenking:

hier en hier en hier en hier

hier en hier en hier en hier en hier

hier en hier en hier en hier en hier

en hier en hier

en hier

 

Dodenherdenking Hoograven 2017; Joods verzet WOII

In herinnering waarom de Israelvlag volgens bestuur Oranjevereniging Hoogravens Belang niet in Hoograven mocht hangen: Geen Joodse bewoners, geen Joods verzet

Verdere informatie op deze site:

https://jowitteroosblog.wordpress.com/2016/05/03/dodenherdenking-marokkaanse-vlag/

https://jowitteroosblog.wordpress.com/2016/05/06/dodenherdenking-2016-hoogaven-utrecht/

Vlag onder de Vrijheidsboom Hoograven Utrecht dodenherdenking 2017

Joods verzet

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Dodenherdenking  Hoograven alhier in het kader van Joods verzet omdat er in Hoograven geen Israël vlag komt te hangen omdat, volgens het bestuur van Hoogravens Belang in tegenstelling tot de Marokkaanse voorvaderen tijdens WOII, de Joden blijkbaar geen strijd hebben geleverd in Nederland en er geen Joden in de wijk Hoograven wonen:

Voorts dachten zij dan ook niet dat een Israëlische vlag de juiste wijze is om aandacht te schenken aan de verschrikkingen die de joodse bevolking van Hoograven heeft moeten doorstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar dat dat op andere manieren beter kan.

Waren mijn ogen een bron van tranen

omslag boek Waren mijn ogen een bron van tranen

Enige woorden overgenomen uit dit boek, hieronder.

Een joods echtpaar in het verzet 1940-1945

Dit waargebeurde verhaal over de lotgevallen van een joods echtpaar en hun vrienden belicht de verschillende facetten van het joodse verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het toont de moeilijkheden die joden ondervonden in hun verzet. En het illustreert een feit dat vaak over het hoofd wordt gezien – joden lieten zich niet als makke schapen naar de slachtbank leiden, maar zij probeerden moedig de vervolging tegen te werken.

 

 

Er was tijdens WOII veelvormig joods verzet in Nederland. Ze lieten zich niet terroriseren. Ze vochten terug. Ze protesteerden. Ze schreven in illegale bladen. Ze hielpen die verspreiden, vaak met groot risico voor hun eigen veiligheid. Ze onttrokken zich aan de deportatie. Ze doken onder. Ze zetten organisaties op om onderduikers bij te staan. Ze hielpen opgepakte joden ontsnappen. Ze pleegden aanslagen. Ze vormden of sloten zich aan bij niet-joodse verzetsgroepen. Joden hoorden ook bij de voortrekkers van het gewapende verzet.

Deze reacties kwamen voor in alle lagen van de joodse bevolking. Een rabbijn zei vlak voor zijn executie: ‘( de Duitsers) zijn zo klein; ze kunnen ons joden niets doen, alleen afmaken en och, het jodendom zal het fascisme wel overleven’. Een zakenman riep zijn voltallige personeel bij elkaar en verwierp luidkeels het idee dat je joden hun burgerrechten kon ontnemen – hij werd gearresteerd en vermoord. Een reclameschilder knokte op straat met nationaalsocialisten – hij werd opgepakt en omgebracht. Een leraar vertelde zijn scholieren dat hij geen ster droeg, omdat hij de autoriteit van de bezetters niet erkende. Een bakker smokkelde mensen in zijn bakfiets uit verzameldepots voor deportatie. Een zionist zette een vluchtroute op naar neutraal gebied – hij werd aangehouden en nam zijn eigen leven. Een student richtte een verzetsgroep op die probeerde een deportatiecentrum in brand te steken – hij werd gepakt en geëxecuteerd. Een fotograaf nam de leiding van een groep op zich – hij kwam om in een vuurgevecht.

Veel van dit joodse verzet had een typisch Nederlands karakter, in die zin dat het voortkwam uit of aansloot bij algemene ideeën en groeperingen waar de joden zich thuis voelden. Zo beriepen de zakenman en de leraar, hierboven vermeld, zich op gangbare begrippen van burgerrecht en autoriteit. Anderen namen het voortouw in organisaties die voortkwamen uit de vooroorlogse politieke stromingen. Ze maakten ook gebruik van contacten in groeperingen waarvan zij lid waren en zochten voor hun verzet medestrijders, wapens en explosieven bij niet-joden die zij voor de oorlog hadden leren kennen in hun dagelijks leven, studie en werk.

Het Joods verzet had ook een eigen identiteit. Het was verzet van slachtoffers. Het onderscheidde zich verder van het niet-joods verzet doordat relatief veel joden deelnamen aan clandestiene activiteiten, inclusief gewapend verzet. Soms werkten ze geïsoleerd en lieten zich inspireren door hun eigen geloof en cultuur.

Een ander verschil was dat joods verzet vroeg tot ontwikkeling kwam, dat wil zeggen voor juli 1942 en dus voordat het algemene verzet groeide naarmate de bevolking steeds meer getroffen werd door een opeenstapeling van Duitse maatregelen en acties zoals executie van gijzelaars, rationering van goederen die essentieel waren voor het leven van alledag, inbeslagname van materialen en productiemiddelen voor Duitsland, verlichte arbeidsdienst voor mannen en razzia’s om de mannen  op te pakken die zich probeerden te onttrekken aan de arbeidsinzet.

Het joods verzet was al in volle gang voordat het militaire verloop van de oorlog een positieve wending kreeg door de geallieerde landingen in Noord-Afrika en de beslissende veldslagen in Rusland.

 

Dit leidde tot een veelvormigheid van joods verzet……………………….Niet iedere jood kon kiezen of koos voor verzet als er wel een keuze was. Persoonlijke eigenschappen en omstandigheden speelden daarbij een rol. Het betekende echter niet dat joden de vervolging passief ondergingen. En dat laat het verhaal van Nol en Ter en hun vrienden zien.


Want, zoals de woorden op het Joods Verzetsmonument in Amsterdam:

 

Waren mijn ogen een bron van tranen, dan zou ik de dag en nacht wenen om de gevallen strijders van mijn dierbaar volk.

Dodenherdenking Hoograven

a7cfc1695c7558761518b16559d8f028
Geachte mevrouw ……………….,
 
Recent hebben wij u geïnformeerd over het besluit van het bestuur van Hoogravens Belang om geen Israelische vlag te hijsen tijdens de jaarlijkse dodenherdenking in onze wijk. Graag informeren wij u middels deze mail over de reden hiervan.
 
Tijdens de jaarlijkse herdenking hijsen wij drie vlaggen in Hoograven. Naast de Nederlandse, zijn dit de Canadese en de Marokkaanse. De Nederlandse vlag hangt er uiteraard vanwege het feit dat het de nationale dodenherdenking is. De Canadese vlag hangt er om de bevrijders van Hoograven te herdenken.
 
Als bestuur van wijk- en oranjevereniging hebben wij ervoor gekozen om ook de Marokkaanse vlag te hijsen. De belangrijkste reden is dat er in onze wijk veel inwoners van Marokkaanse afkomst wonen. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog hebben ook hun voorvaderen strijd geleverd, zelfs in Nederland (in dienst van het Franse leger).
 
Op nadrukkelijk verzoek van deze groep inwoners wordt daarom ook de vlag van het land van hun voorvaderen gehesen. Deze bijzondere aandacht voor dit stukje (onbekende) geschiedenis betekent veel voor deze groep inwoners en leidt er ook toe dat elk jaar een groot deel de herdenking bezoekt. Hiermee wordt dus ook een grote groep inwoners bereikt, die niet als vanzelfsprekend op 4 mei bij de herdenking aanwezig zou zijn.
 
Bovenstaande overwegingen gaan in onze ogen niet op voor de Israelische vlag. Wij denken dan ook niet dat een Israelische vlag de juiste wijze is om aandacht te schenken aan de verschrikkingen die de joodse bevolking van Hoograven heeft moeten doorstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar dat dat op andere manieren beter kan.
 
Om die reden hebben wij als vereniging de afgelopen jaren uitgebreid bij de herdenking stilgestaan bij deze verschrikkingen,  o.a. door vertellingen van  gast sprekers zoals P. Sprangers (Historisch Hoograven).  En dat zullen wij ook blijven doen, omdat het zo ontzettend belangrijk is dat dit nooit mag worden vergeten.
 
Wij hopen u op deze wijze afdoende te hebben geïnformeerd. Wij  spreken de wens uit ook u dit jaar bij de herdenking te mogen ontvangen.
 
Met vriendelijke groet,
 
Bestuur Hoogravens Belang,
Namens deze, Paul Sturkenboom en Etienne Weijers
Oriana Fallaci over islam 14237679_801948689908176_5198105869250398568_n

Hitler’s moslim divisies

Islam heeft veel meer op met Hitler dan u denkt. In de tweede wereldoorlog hielpen vele moslims vanuit verschillende landen Hitler mee.

Buiten het feit dat in islamitische landen en in landen waar veel moslims wonen Mein Kampf een zeer goed verkocht boek is tot op de dag van vandaag, kan de islam zich zeer zeker vinden in de Jodenhaat van Hitler, immers het is een vereiste in de Koran.

islam en nazis mikics_820

Soldiers of the 13th SS Division with a brochure about “Islam and Judaism,” 1943.(German Federal Archive via )

 

De  Moefti van Jeruzalem had nauwe banden met Hitler en andere leidende figuren van nazi Duitsland.  De Moefti leidde zelfs  moslims op in de Sabotageschool in Den Haag! Het oude Catshuis!

Waarom een Marokkaanse ( islamitische) vlag bij dodenherdenking in Nederland? Ze hebben geen schot gelost op Nederlandse bodem en verdedigde de Nederlandse grens ook niet. Ook waren de Marokkanen onder Frans bewind  geen  Nederlandse soldaten. Waar is het Nationale van Dodenherdenking gebleven in ons land.

In 2016 kreeg ik van een NIOD medewerker, Jeroen Kemperman ( informatie-/colletiespecialist) te horen:

dat ondanks dat voor zover bekend in Nederland in 1944-1945 geen uit Marokko afkomstige troepen hebben gevochten, niet per sé hoeft in te houden dat zij niet aan de bevrijding van Nederland hebben bijgedragen. Door elders in Europa ( Italie en Frankrijk) de Duitsers te bestrijden hebben zij in ieder geval afbreuk gedaan aan de Duitse militaire krachten en dat kan ook gevolgen hebben gehad voor de strijd in Nederland. Vandaar dat dr. W. Klinkert, docent militaire geschiedenis an de Koningklijke Militaire Academie Breda, over Marokkanen, Algarijnen en Tunesiérs die in Europa hebben gevochten, heeft gezegd: Zij hebben bijgedragen aan onze vrijheid, dat mogen we niet vergeten.’ Vervolgens haalt Kemperman een citaat van David Barnouw aan: het is maar net hoe je er naar kijkt.

Dit klinkt nogal Internationaal en niets met Nederland van doen!! We verbreden dit denkelijk……….. Het CIDI zei al over de verbreding van Dodenherdenking betreffende de omgekomen ‘vluchtelingen herdenken’ ;  Wie alles op één dag wil herdenken, herdenkt uiteindelijk niets.

 

 

In 1940 werd Frankrijk (waar Marokko toen onder viel) door Duitsland bezet. In Zuid-Frankrijk kwam een pro-Duits regime aan de macht, het Vichy-bewind. Dit Vichy-bewind voerde eind 1940 in alle Franse rijksdelen en protectoraten rassenwetten in, zo ook in het Franse deel van Marokko. Deze rassenwetten moesten de Joden uitsluiten van het openbare leven. De sultan van Marokko, Mohammed V, zorgde ervoor dat er voor de Sefardische en gearabiseerde Marokkaanse Joden een uitzondering werd gemaakt, hij stelde dat alle inwoners van Marokko ‘zijn kinderen’ waren – ook de Joodse Marokkanen. Door deze zet van Mohammed V werden de Sefardische en gearabiseerde Joden gespaard. De bescherming van de sultan gold niet voor de Europese joden in Frans-Marokko, zij werden afgevoerd naar een van de 12 concentratiekampen in Marokko. Hoewel de situatie van de Joden in Marokko verslechterde in de Tweede Wereldoorlog – zeker voor de Europese Joden – zijn er vanuit Marokko geen Joden afgevoerd naar vernietigingskampen in Oost-Europa. In de Spaanse zone van Marokko werden in de Tweede Wereldoorlog geen discriminerende maatregelen getroffen. Na de bevrijding van Marokko in 1942 deden zich in verschillende Marokkaanse steden anti-joodse rellen voor. Koning Mohammed V is daarvoor geëerd.  De Koning zei toen en ook nu dat het allemaal Marokkanen waren.  Een ‘leuke’ discussie hierover alhier.

Bovendien was er al contact tussen Hitler en de Moslim leiders gedurende WOII:

Most Germans were either brainwashed or scared and that’s why so few did anything to fight or oppose Hitler. However many Muslim extremists VOLUNTARILY fought side by side with the Nazis until 1945 when it became clear the Nazis were going to lose the war. Many Soviet Muslims abandoned the red army to fight with Hitler. The Nazis and the Muslim extremists  have very common ideologies and common enemies. They both hate Jews, they are both staunchly against communism, and they both wanted the British out of “Palestine”. The Grand Mufti of Jerusalem was a very influential Muslim leader at the time, almost equivalent to the Pope for Catholic’s. The Grand Mufti was one of Hitler’s strongest allies and actively recruited Arabs and Muslims across the world for the S.S. So “Palestine” and the Arabs were not innocent for the many atrocities of world war 2.

Terwijl islam vele uiterlijke ‘gezichten‘ kent en  groeperingenmoslim onderdanen Hitler als een held zien, wordt er een enkele ‘goede’ daad in het verleden breed uitgemeten tijdens Dodenherdenking om zo te ‘verbinden’. Dit is slechts een westerse manier van kijken. Dat ‘verbinden’ wordt niet zo gezien door de moslims. Zij zien dit als onderwerping en islamitisch terrein winnen in een niet islamitisch land.

Denkt u daar maar aan een volgende keer als u die islamitische vlag ziet hangen tijdens Dodenherdenking……………………………